Wat is Kerk en Vrede?

Kerk en Vrede verenigt mensen die zich inzetten voor ontwapening en geweldloosheid. Zij gelooft dat het onterecht en onverantwoord is om te vertrouwen op geweld. Zij gelooft dat we ons kunnen en moeten wagen op de weg van de actieve geweldloosheid in dienst van de gerechtigheid. Analyse van conflicten en oorzaken vormt de basis voor projecten, campagnes en publicaties.

Archief » Geen ontwikkelingswerkers met een geweer » Artikelen

artikelen geen ontwikkelingswerker met een geweer

  •  top

     

    Geen ontwikkelingswerkers met een geweer 

    Centraal Weekblad Nr. 21

    Het klinkt zo mooi: het leger gaat de hearts and minds van de bevolking in zuidelijk Afghanistan winnen door ontwikkelingswerk. Daarmee helpt het leger de  evolking en zal de missi... lees verder

     

    Opinieartikel
    De Stentor, BN de Stem

    Om de bevolking voor zich te winnen, doen militairen in toenemende mate ontwikkelingsprojecten in landen waar zij vrede proberen te stichten of te handhaven.  Dat is mooi, maar ko... lees verder

     

    De vermenging van veiligheid en ontwikkeling
    Vredesspiraal Nr. 5

    In het begin van de oorlog tegen Afghanistan ontstond nogal wat ophef toen bleek dat de Amerikaanse bommenwerpers ook voedselpakketjes afwierpen, in dezelfde gele verpakking als de... lees verder

     

    Burgervredeswerk en hulpwerk
    EIRENE-nieuws Nr. 1- 2006

    Eind maart werden de drie overlevende leden van het Christian Peacemakers Team in Irak bevrijd. Zij waren eind november ontvoerd en sinds het verstrijken van het eerste ultimatum, ... lees verder

     

    West-Afrika: Europese veiligheid als exportproduct
    VD-AMOK Nr. 4 2005

    Een van de argumenten die de linkse oppositie inbrengt tegen de sterke voorkeur van het kabinet om de Nederlandse krijgsmacht vooral, al dan niet in het kader van de Amerikaanse oo... lees verder

     

    Olie, honger en de oorlog tegen het terrorisme in West-Afrika
    VD AMOK  Nr. 3 2005

    In onze beleving al snel overschaduwd door de bomaanslagen enkele dagen later, vond in Londen op 2 juli het grote Live8-concert plaats. Een muzikale opmaat voor de G8-conferentie, ... lees verder

     


     


     

    Geen ontwikkelingswerkers met een geweer

    Centraal Weekblad - Nr. 21 (26 mei 2006)

    Het klinkt zo mooi: het leger gaat de hearts and minds van de bevolking in zuidelijk Afghanistan winnen door ontwikkelingswerk. Daarmee helpt het leger de bevolking en zal de missie makkelijker slagen. Kerk en Vrede is helemaal niet zo blij met dat idee. en is een handtekeningenactie begonnen: Geen ontwikkelingswerkers met een geweer. Ontwikkelingswerkers lopen gevaar als het leger hun werk gaat overnemen, zegt Jan Schaake. "Er vindt zo een verstrengeling plaats van ontwikkelingswerk met militaire operaties. Ontwikkelingswerkers lopen daardoor zoveel gevaar dat ze hun werk niet meer kunnen doen."

    Hoe moet het nu met gebieden waar ontwikkelingswerkers alleen hun werk kunnen doen als ze worden beschermd door militairen?

    Er zijn meer manieren om jezelf te beschermen dan met wapens. Ontwikkelingswerkers leggen contacten met de lokale bevolking en kunnen hen er zo van overtuigen dat hun bedoelingen goed zijn. Dat biedt veel betere bescherming dan wapens. Als het leger hetzelfde werk gaat doen als de ontwikkelingswerkers worden zij geassocieerd met het leger en dan lopen ze pas echt gevaar. Datzelfde geldt inmiddels voor mensen uit het land zelf die samenwerken met ontwikkelingswerkers. In Afghanistan is een onderwijzer van een schooltje dat daar werd gebouwd door het leger ontvoerd en misschien wel vermoord.

    Afghanistan was toch altijd al heel gevaarlijk?

    "Toen de Taliban en de Noordelijke krijgsheren met elkaar in gevecht waren, konden de ontwikkelingswerkers daar veel beter hun werk doen. Zij werden niet geassocieerd met een van beide partijen, ze stonden er duidelijk helemaal buiten. Dit is geen prietpraat of pacifistisch geleuter, dat horen we van de mensen die er zelf werkten. Iedere westerling wordt nu gezien als vijand. Inmiddels is Artsen zonder Grenzen uit Afghanistan vertrokken. Zij kunnen er nu hun werk niet meer doen."

    Als we dat leger toch hebben, dan kunnen we er maar beter iets goeds mee doen.

    "Een leger is er alleen voor de veiligheid. In Afghanistan gaan ze gewoon op een vechtmissie. Een leger kan nu eenmaal niet veel meer doen dan brandjes blussen. Ook wordt door die verstrengeling steeds vaker geld uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking gebruikt door het leger."

    Je kunt toch best aan de mensen daar uitleggen waarvoor zij komen?

    "Dat dacht een aantal hulpverleningsorganisaties ook maar daar zijn ze van teruggekomen, dat idee bleek veel te naïef. De nuances die wij aanbrengen komen daar gewoon niet over. Het gebeurt ook dat bepaalde groepen daar bewust propaganda maken tegen hulpverleners, dat zijn dan mensen die helemaal geen westerlingen meer in hun land willen hebben."

    Welke mogelijkheden zijn er nu nog over?

    "De laatste jaren wordt er steeds meer gebruik gemaakt van vluchtelingen, zij zijn vaak heel gemotiveerd om hun land te helpen. Zij kennen ook de cultuur en kunnen makkelijker contacten leggen. Op deze manier is er in Kabul in Afghanistan een vrouwenhuis, een soort blijf-van-mijn-lijf-huis, gesticht. Dat sluit aan bij de werkwijze die door jarenlange ervaring is ontwikkeld."

    Dat wat het leger nu doet, helpt toch ook?

    "Het leger neemt alles weer van de bevolking over. Daarmee zetten ze vijftig jaar ontwikkelingswerk tussen haken. Vijftig jaar geleden kwamen er ontwikkelingswerkers die voor de bevolking putten gingen slaan, nu stimuleren en helpen ze de bevolking om dat zelf te doen. De resultaten van die aanpak zijn veel beter. Daar komt bij dat het leger een politiek doel heeft. De contacten die zij hebben met de bevolking worden ook gebruikt door de inlichtingendienst. Daarmee brengen ze de mensen die hen helpen weer in gevaar."

    Ineke Evink

    top

     

     


     

     

    Opinieartikel

    De Stentor, BN de Stem (24 mei 2006)

    Om de bevolking voor zich te winnen, doen militairen in toenemende mate ontwikkelingsprojecten in landen waar zij vrede proberen te stichten of te handhaven. Dat is mooi, maar komt de echte ontwikkelingswerkers soms duur te staan. Wie geen geweer bij zich heeft, wordt een gemakkelijke prooi voor rebellen. Kerk en Vrede ageert daartegen.

     

    (Door Jan Schaake en Arjan Vliegenthart)
    (GPD) - Ontwikkelingswerk raakt in toenemende mate verstrengeld met militaire operaties. Bij de meeste Westerse landen bestaat het idee dat veiligheid en ontwikkeling nauw samenhangen. Het één zou niet zonder het ander kunnen. Dat is misschien wel waar, maar uiteindelijk betalen de armste landen zelf daar de rekening voor. Via de Vredesfaciliteit van de Europese Unie gaat er bijvoorbeeld ontwikkelingsgeld naar militaire activiteiten in landen in Afrika. Nederlandse militairen voeren in Irak en Afghanistan kleinschalige ontwikkelingsprojecten uit die worden betaald uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Op zichzelf lijkt dat helemaal geen gek idee: 'Onze jongens en meisjes', zoals beroepsmilitairen tegenwoordig liefkozend worden genoemd, gaan naar de Afghaanse provincie Oeroezgan om te helpen en niet om te vechten. Dit beeld verhult een fundamenteel probleem. Feitelijk maken de militaire ontwikkelingswerkers zo het werk van professionele ontwikkelingswerkers onmogelijk, want zonder geweer worden die een gemakkelijk doelwit voor lokale rebellen.

     

    VAGE SCHEIDSLIJN
    Artsen zonder Grenzen zag zich al gedwongen zich uit Afghanistan terug te trekken. Ontvoering of ombrenging van internationale ontwikelingswerkers of hun lokale medewerkers is schering en inslag in landen waar veiligheidsoperaties plaats vinden. Nadat eind vorig jaar twee van hun medewerkers dood waren aangetroffen in Afghanistan stelde de Britse organisatie Christian Aid expliciet dat de oorzaak hiervan gezocht moet worden in de steeds vagere scheidslijn tussen militaire en humanitaire hulp. Christian Aid, maar ook andere hulporganisaties, roept de militairen op zich bij hun leest te houden - het verzekeren van de veiligheid in een
    gebied - zodat anderen er het humanitaire werk kunnen doen. Vermenging van humanitaire en militaire activiteiten, zoals in Afghanistan, zorgen ervoor dat veiligheid noch daadwerkelijke wederopbouw tot hun recht komen. Een halve eeuw aan professionalisering van ontwikkelingssamenwerking en wederopbouw wordt weggegooid omdat de door ons uitgezonden militairen hulpprojecten uitvoeren om hart en geest van de lokale bevolking te winnen. Dat deze strategie niet werkt, blijkt overduidelijk uit het toenemend aantal aanslagen op humanitaire én militaire hulpverleners.

     

    VOORBEELD
    Financiering van militaire operaties in de Derde Wereld uit de begroting voor ontwikkelingssamenwerking gaat ten koste van ontwikkelingsprojecten die gewapende conflicten deels zouden hebben kunnen voorkomen. Bovendien bevorderen veiligheidsoperaties militarisering van deze arme landen. De zo broodnodige economische samenwerkingsverbanden in Afrika, verworden door deze militaire hulp steeds meer tot regionale veiligheidsorganisaties. De Europese eenwording, een vredesproject, zou zou juist een voorbeeld moeten zijn om duidelijk te maken stimulering van economische samenwerking een betere stimulans is voor vrede en veiligheid in de Derde Wereld dan het aanleggen van militaire infrastructuur. De vermenging van ontwikkelingssamenwerking en  efensie is een Europese tendens die versterkt wordt door het Gezamenlijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Dit een gevolg van politieke keuzes waartegen stelling moet worden genomen.

     

    Jan Schaake en Arjan Vliegenthart zijn algemeen secretaris respectievelijk bestuurslid van de vereniging Kerk en Vrede

    top 

     


     

     

    De vermenging van veiligheid en ontwikkeling

    Vredesspiraal - Nr. 5 (15 maart 2006)

    In het begin van de oorlog tegen Afghanistan ontstond nogal wat ophef toen bleek dat de Amerikaanse bommenwerpers ook voedselpakketjes afwierpen, in dezelfde gele verpakking als de clusterbommen die, tegen alle internationale verdragen in, werden ingezet. Hoe extreem dit eerste voorval ook mag zijn, de vermenging van militaire en humanitaire activiteiten die hiermee werd ingezet zijn sindsdien kenmerkend voor het verloop van de oorlog in Afghanistan. Een breder veiligheidsbegrip

    Bij de besluitvorming over de uitzending van Nederlandse militairen naar Uruzgan was voortdurend verwarring of het nu om een gevechtsmissie gaat of om ederopbouwactiviteiten. "We gaan niet om te vechten, maar we gaan om te helpen," bezweert de minister van defensie. En wie de wervingsfilmpjes van de verschillende krijgsmachtonderdelen op de televisie ziet langskomen ziet inderdaad een dankbaar gestemde, Nederlands sprekende, dus zojuist teruggekeerde Afghaan en een groepje trots poserende militairen, die dat land toch maar mooi weer hebben opgebouwd. Onze krijgsmacht bestaat kennelijk uit ontwikkelingswerkers, die schooltjes en melkfabriekjes bouwen voor de lokale bevolking. Toch vormt de missie naar Uruzgan de zwaarstbewapende militaire missie uit de Nederlandse geschiedenis. Al dat wapentuig krijgen ze niet voor niets mee. Het zijn in ieder geval ontwikkelingswerkers met mitrailleur. Om zichzelf te beschermen, maar ook om allerlei gewapende partijen te bestrijden.
    De vraag dringt zich op: gaat het om die schooltjes of om de militaire opdracht. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om scholen en andere voorzieningen voor de lokale bevolking, maar wie in de stukken duikt ziet dat het schooltjes-bouwen door de militairen in de eerste plaats de militaire opdracht moet dienen. Het gaat daarbij om 'force protection': bescherming van de legermacht. Op het eerste gehoor klinkt dat vreemd, want voor die bescherming hebben ze toch die hele wapenuitrusting meegekregen? Ook de krijgsmacht realiseert zich echter dat de beste bescherming bestaat uit het winnen van vertrouwen bij de lokale bevolking. Eigenlijk is dat een notie die we juist als vredesbeweging tegenover de militaire doctrine stelden: contacten aangaan, vertrouwen winnen, samen dingen opbouwen en al doende vijandschappen overwinnen om tot duurzame veiligheid te komen. Een breder veiligheidsbegrip, noemden we dat. Die vredesstrategie is nu tot een tactisch truukje omgebouwd. Een nieuwe vorm van camouflagepakken. Maar of dat ook werkt? Hoe zal een lokale bevolking vertrouwen in jou stellen als je continu een mitrailleur achter de hand hebt? De theorie van force protection en vertrouwen winnen wordt overschaduwd door het vertrouwen in de bewapening en de weerstand die dat oproept. Hoeveel schooltjes ze ook bouwen, de buitenlandse militairen blijven voor velen onder de lokale bevolking indringers met een eigen agenda. Men ziet naast de wortel die hen voorgehouden wordt ook de stok die achter de hand gehouden wordt. De weerstand tegen deze dubbele houding van de militairen keert zich overigens ook tegen de humanitaire hulpverleners. Deze ongewapende hulpverleners vormen dan het gemakkelijkste doelwit. Juist in Afghanistan zijn veel medewerkers van Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen doelwit van aanslagen. De laatsten trokken zich daarom al terug.

    Een vaag ontwikkelingsbegrip

    In de jaren '90 werd op de Balkan geëxperimenteerd met civiel-militaire samenwerking (CIMIC). Militairen en hulpverleners kwamen elkaar regelmatig tegen en een zekere overlegstructuur tussen legermacht en hulporganisaties werd als nuttig ervaren. In Afghanistan, overigens ook in Irak, is CIMIC echter verworden tot de uitvoering van hulpwerk door militairen ter ondersteuning van de militaire operationele doelstellingen. Ook als nu, zoals bij de missie in Uruzgan, wordt gesproken over het inschakelen van hulporganisaties bij de wederopbouw, gaat het om wederopbouwactiviteiten in het kader van de militaire opdracht. Een school is een school, maar het is van belang of deze gebouwd wordt om de lokale bevolking te paaien of om recht op onderwijs voor iedereen te realiseren. In een tamelijk fundamentalistische provincie als Uruzgan kan dit verschil grote gevolgen hebben bijvoorbeeld voor de toelating van meisjes op die schooltjes.
    Voor de minister van ontwikkelingssamenwerking lijkt dit geen probleem. Al gaat het om militaire doelstellingen, zij betaalt deze CIMIC-activiteiten uit het 0,8% zuivere ontwikkelingsgeld. Veiligheid is namelijk het ontwikkelingsdoel geworden. Zoals ontwikkeling niet mogelijk is zonder goed onderwijs, is het ook niet mogelijk zonder veiligheid, aldus de minister. Het huidig kabinet heeft zich, in de allerlaatste zin van het regeerakkoord, tot doel gesteld om militaire operaties in ontwikkelingslanden onder die 0,8% te laten vallen. Dan hebben we het over mijnen ruimen en andere ontwapeningsprogramma´s en over geld aan met name Afrikaanse regeringen om hen in staat te stellen bijvoorbeeld een Afrikaanse vredesmacht naar Darfur te sturen.
    Bij ontwikkelingssamenwerking gaat het om een eerlijker, rechtvaardiger verdeling van de bestaansmiddelen in de wereld. Gewapende conflicten komen vooral voort uit onvrede met onrechtvaardige verdelingen. Daarom is ontwikkeling eerder een voorwaarde voor veiligheid, dan andersom. De vraag moet gesteld: betekent het Stabiliteitsfonds van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking, of de Afrikaanse vredesfaciliteit van de Europese Unie niet feitelijk steun aan Afrikaanse regeringen om met militaire veiligheidsmaatregelen onrecht in stand te helpen houden? In een kritische analyse van al deze maatregelen, die de afgelopen jaren in een stroomversnelling tot stand zijn gekomen, stelt de Europese koepel van oecumenische ontwikkelingsorganisaties, APRODEV, zichzelf dan ook voortdurend de vraag: 'om wiens veiligheid gaat het eigenlijk?' Die van de mensen daar, in het Zuiden, of die van de mensen hier, in het Westen? Ook dringt zich de vraag op: om wiens ontwikkeling en welvaart gaat het eigenlijk?

    Veiligheid of ontwikkeling

    Dat militairen zich met hulpverlening bezighouden en dat ontwikkelingssamenwerking veiligheidsmaatregelen financiert heeft allebei te maken met de snel opgekomen idee dat veiligheid en ontwikkeling veel met elkaar te maken hebben. Nu hebben vredesorganisaties altijd betoogd dat vrede en gerechtigheid onlosmakelijk verbonden zijn. Maar vrede zien als vrucht van de gerechtigheid, is iets anders dan in het ontwikkelingsbeleid vooral je eigen veiligheid nastreven Als vrede de vrucht moet zijn, zal het er toch om gaan die gerechtigheid na te jagen. Zonder ander oogmerk. Zonder het streven om ontwikkeling tot instrument te maken van veiligheid. In het laatste geval blijft ons eigen belang centraal: net genoeg ontwikkeling om onze veiligheid veilig te stellen. Volgens de afgewezen Europese Grondwet was het Europees ontwikkelingsbeleid zelfs deel van het Europees Buitenlands en Veiligheidsbeleid.

    Maar ook als anti-oorlogsbeweging maakten we ons destijds schuldig aan dit instrumentele denken, bij pleidooien om de voedingsbodem van het terrorisme weg te nemen. Gerechtigheid moet geschieden; terreurdreiging of niet. De hierboven geschetste ontwikkelingen willen we op 13 mei bespreken, in het gemeenschappelijk middaggedeelte van onze ALV samen met de internationale oecumenische vredesdienst Eirene, de Doopsgezinde stichting Wereldwerk voor solidariteit en vrede en mogelijk nog één of twee andere organisaties. U bent van harte welkom. 

    Jan Schaake

    top