Wat is Kerk en Vrede?

Kerk en Vrede verenigt mensen die zich inzetten voor ontwapening en geweldloosheid. Zij gelooft dat het onterecht en onverantwoord is om te vertrouwen op geweld. Zij gelooft dat we ons kunnen en moeten wagen op de weg van de actieve geweldloosheid in dienst van de gerechtigheid. Analyse van conflicten en oorzaken vormt de basis voor projecten, campagnes en publicaties.

Archief » Europa in de wereld » publicaties

publicaties Europa in de wereld

  • top

    Blijft Europa een vredesproject... (...of wordt het een militaire onderneming?)
    brochure
    Terwijl veel dingen hetzelfde blijven, bevat de Europese Grondwet juist op het gebied van vreede en veiligheid een aantal nieuwe bepalingen, die door de èèn uitgelegd worden als ee... lees verder

    Meedoen aan vredesmacht is veel te weinig
    Trouw 2006-08-18
    Het zou ook voor het vertrouwen van het volk in Europa goed zijn als de EU eindelijk een gemeenschappelijke visie had op het Midden-Oosten. Afgelopen weekend stelde minister Bot... lees verder
     

     

     

     

     



     

    brochure (09 januari 2007)


    Blijft Europa een vredesproject... (...of wordt het een militaire onderneming?)


    Terwijl veel dingen hetzelfde blijven, bevat de Europese Grondwet juist op het gebied van vreede en veiligheid een aantal nieuwe bepalingen, die door de èèn uitgelegd worden als een versterking van de capciteiten die de Europese Unie heeft als "vredesproject", terwijl anderen waarschuwen tegen een binnengeslopen militarisiering.

    Nu de Europese Grondwet per referendum is afgewezen, ligt de vraag weer open welke rol Europa in de Wereld zou moeten spelen. In deze brochure schetsen we de achtergronden en verwachtingen ten aanzien van de ambities van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid. Waar gaat het heen en wat zou de vredesbeweging op Europees niveau kunnen doen om deze ontwikkelingen te beïnvloeden?

    Kerk en Vrede
     

    (naar boven)


     

    Trouw - 2006-08-18 (18 augustus 2006)


    Meedoen aan vredesmacht is veel te weinig


    Het zou ook voor het vertrouwen van het volk in Europa goed zijn als de EU eindelijk een gemeenschappelijke visie had op het Midden-Oosten.

    Afgelopen weekend stelde minister Bot vast dat de VN-resolutie, die net een dag eerder in de Veiligheidsraad aangenomen was, sterk geïnspireerd leek te zijn door het moeizame compromis dat de Europese ministers van buitenlandse zaken tien dagen eerder over de oorlog tussen Israël en Libanon hadden bereikt. Deze resolutie beperkt zich tot, hoe belangrijk dat ook is, een oproep tot een staakt-het-vuren en tot de stationering van een internationale troepenmacht. Een duurzame, rechtvaardige politieke
    oplossing, ontbreekt echter nog steeds. Het wordt dan ook hoog tijd dat de Europese Unie werk gaat maken van een lange-termijn-visie op het Midden-Oosten.

    Het ontbreken van een dergelijke visie doet extra wrang aan als men bedenkt dat een gemeenschappelijk buitenlandbeleid nu al bijna vijftien jaar op de Europese agenda staat. Na de desastreuze verdeeldheid tussen de Europese lidstaten, met name Frankrijk en Duitsland, bij het uitbreken van de oorlog in Joegoslavië, begin jaren negentig, werd de noodzaak van een gemeenschappelijk beleid pijnlijk duidelijk. Dat werd dan ook het afgelopen decennium voortvarendheid ter hand werd genomen. In de verdragen van Maastricht, van Amsterdam, Nice en het Grondwettelijk Verdrag werden steeds verdergaande stappen gezet, maar die hebben vooral betrekking op de ontwikkeling van een instrumentarium om met militaire en civiele middelen op te kunnen treden en niet op de ontwikkeling van een gemeenschappelijke visie. En ook nu weer hebben de inspanningen van Javier Solana om Europese troepen te verzamelen voor de VN-legermacht hogere prioriteit dan het ontwikkelen van een politieke visie op het conflict. En zelfs op dit terrein wordt Europa geconfronteerd met verschillende gevoeligheden. Zo liggen Franse troepen in de regio beter dan Engelse en twijfelt Duitsland of het gezien zijn geschiedenis überhaupt wel mee zou mogen doen aan een internationale vredesmacht.

    Doordat een gemeenschappelijke politieke visie ten aanzien van het Midden-Oosten ontbreekt, ontbreken ook concrete doelen en resultaten die de Europese Unie zou kunnen communiceren. Naar de meest betrokkenen in het Midden-Oosten, maar ook naar eigen Europese bevolking die zich sterk bij deze problematiek betrokken voelt. Na het referendum over de Europese Grondwet concludeerden zowel de Europese regeringsleiders als verschillende Nederlandse parlementariërs dat om het draagvlak voor de Europese Unie te herstellen concreet beleid belangrijker is dan institutionele veranderingen. Uit Europese onderzoeken blijkt dat met name de rol van Europa in de wereld een punt is waar de burger veel van Europa verwacht.

    Onlangs stelde oud-EU-commissaris Hans van den Broek tijdens een hoorzitting van de Vaste Kamercommissie voor Europese Zaken dat de handhaving en bevordering van het internationaal recht richtinggevend moeten zijn voor een eensgezind en daadkrachtig Europees buitenlands beleid waar Europese burgers zich ook in zouden kunnen herkennen. Dat betekent volgens Van den Broek absolute prioriteit geven aan de uitvoering van VN-resoluties en internationale verdragen, waarbij vooral niet met
    twee maten wordt gemeten. Dus zowel de Iraanse als de Israëlische nucleaire politiek dient bekritiseerd te worden en de EU moet vasthouden aan zelfbeschikking en mensenrechten voor alle bevolkingsgroepen in het Midden-Oosten. Op basis van deze principes zou een eensgezinde Europese Unie een invloedrijke rol in het Midden Oosten kunnen spelen.

    Volgens Mark Leonard, directeur van het 'Centre for European Reform', zullen samenwerkingsverbanden zoals de Europese Unie de 21ste eeuw gaan domineren. Een Europese aanpak die door regionale economische en culturele samenwerking duurzaamheid en mensenrechten bevordert, is volgens hem uiteindelijk veel effectiever en voor de rest van de wereld ook veel aanvaardbaarder dan de op overmacht gebaseerde militaire confrontatiepolitiek van de Verenigde Staten.

    De bestaande Euro-Mediterrane Samenwerking, die deze Europese politiek van vrede door samenwerking uitdraagt, moet dan echter veel voortvarender worden aangepakt. Met de meeste landen die bij deze Euro-Mediterrane Samenwerking zijn aangesloten, zoals Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon, Syrië, Jordanië en Egypte, zijn zuiver bilaterale associatieverdragen gesloten waarin duurzame ontwikkeling en mensenrechten niet die aandacht krijgen die ze verdienen. Bovendien is de samenwerking meer op afzonderlijke staten gericht dan op de regio als geheel. En eigenlijk moeten Irak en Iran ook tot deze Samenwerking kunnen toetreden.

    Zo'n regionaal samenwerkingsverband lijkt te midden van alle geweld en haat tussen Israël en de Arabische landen wellicht een utopie. Maar dat leek een vreedzame samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland direct na de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk ook. Ook hier was een combinatie van politieke druk en economische stimulans van buiten nodig, toentertijd van de Verenigde Staten, om de landen rond de tafel te krijgen. Die methode wordt nu ook door de EU beproefd met het stabiliteits- en associatiepact in voormalig Joegoslavië - tien jaar geleden ook zo'n uitzichtsloze brandhaard.

    Hoewel op korte termijn veel weerstand te overwinnen is, is inzetten op regionale samenwerking in ieder geval beter dan alleen maar discussiëren over de deelname aan een militaire stabiliteitsmacht en het feitelijk ondersteunen van de Amerikaanse agenda voor de regio.

    Arjan Vliegenthart is politicoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
    Jan Schaake is algemeen secretaris van de vereniging Kerk en Vrede

     

    (naar boven)