Wat is Kerk en Vrede?

Kerk en Vrede verenigt mensen die zich inzetten voor ontwapening en geweldloosheid. Zij gelooft dat het onterecht en onverantwoord is om te vertrouwen op geweld. Zij gelooft dat we ons kunnen en moeten wagen op de weg van de actieve geweldloosheid in dienst van de gerechtigheid. Analyse van conflicten en oorzaken vormt de basis voor projecten, campagnes en publicaties.

Projecten » Busan » De Raven, Klaas van der Kamp

Pelgrimeren met Klaas van der Kamp, een brief

  • Dag Klaas,
    Zoals beloofd een brief over je boek, na de eerste publieke bespreking in Amsterdam Zuid.

    Toen ik het boek kreeg, dacht ik:' Wat leuk! De vrucht van zijn studieverlof!" Ik voelde me persoonlijk aangesproken en wist dat ik het dus snel moest lezen. Met de Goede Week voor de deur, die wij zonder priester en dus zeer alternatief moesten vieren, opzet daarvan geheel voor mijn creatieve rekening, kwam het schuldgevoel al helemaal boven. In de pastorie bleek het boek echter ook te liggen, het was dus breed verspreid. Weg schuldgevoel en urgentie. Maar toen kwam de uitnodiging voor de bespreking. Barst, ik moet het toch snel lezen! 
    Via een plotseling verbod op onze Paasvieringen en vervolgens een priester die uit een hoge hoed werd getoverd, had ik onverwacht tijd. Blij om de vrije tijd, treurnis om het verlies van een serie mooie vieringen, die samen waren geschreven als een pelgrimstocht langs diepe levensrealiteiten: pleisterplaatsen, veilige plekken, maar ook verraad, geweld, door de eeuwen heen tot op vandaag, en hoop en steeds weer verrijzen. Een God vermoedend die het allemaal meemaakt met ons. Woorden, liederen en teksten zoekend die onze Joodse vrienden, waarmee we vaak samen pelgrimeren, niet afschrikken en weer zouden kunnen traumatiseren.
    Zo toog ik aan het werk in jouw boek 'Raven', potlood in de hand. Studeren, de systematiek snel snappen en met dat potlood zichtbaar maken voor me. Ik lees theologische boeken meer met potlood dan met mijn ogen.
    M
    aar gaandeweg verdween de drift van dat potlood. Ik was niet aan het studeren, al lezende voelde ik me als een pelgrim die een andere pelgrim ontmoet en zich laat vertellen wat die ander onderweg heeft gezien, gehoord, overdacht. Er zijn passages waarin ik me naast je voelde lopen, ik zag en hoorde wat ook jij hebt gehoord en gezien, mijn emotie daarbij en mijn reactie erop lijken uitgewisseld tussen ons. Er zijn passages waar je duidelijk door ander gelovig struikgewas je weg hebt gezocht dan ik, je schetst dan werelden of reflecteert op realiteiten die ik niet of niet goed ken. Je was ook regelmatig aan het pelgrimeren langs gebaande wegen, met grote parkeerplaatsen waar iedereen komt maar iedereen ook wel meteen weer zijn eigen vertrouwde soortgenoten opzoekt. Daar wordt je taal soms iets dat voor mij abstract is. Mijn leven, mijn hele pelgrimstocht als gelovige is eigenlijk nooit langs gebaande wegen gegaan, ik zat meer in het struikgewas dan langs snelwegen, zal ik maar zeggen. Waar veel te zien is overigens, in dat struikgewas, waar veel leven is dat onzichtbaar gehouden wordt, ontkend, genegeerd.
    De verrassing was, dat jouw en mijn wijze van pelgrimeren, dichter bij elkaar liggen dan ik had kunnen vermoeden.
    We pelgrimeren beiden al geruime tijd door de oecumene, en dat is een fascinerende combinatie van afgeschermde snelwegen en onbekend struikgewas. Het is een pelgrimstocht die vergt dat je de oude elementen van de vele gebaande ( of zelfs dichtgetimmerde) wegen kent, ze respecteert maar er tegelijk ook mee weet te spelen. Het is een pelgrimstocht die taai geduld vergt, vaker terug naar af dan vooruit komen, en tegelijk de naieve frisheid behouden van een kind dat voor het eerst een vlinder ziet, áls de Geest dan al eens toch in ons oecumenische midden wordt toegelaten. 
    Je beschrijft het met de lichtvoetigheid van dat gelovige verbaasde verraste kind, maar in wat je beschrijft vertel je wel als een verspieder die in vele landen was en veel heeft genoteerd onderweg. Een verspieder, iemand die op verkenning gaat als anderen nog niet willen of durven, en iemand die dan probeert enthousiast te maken, te bemoedigen, mee te nemen. 
    Je boek neemt mee op pelgrimstocht en daar wil ik je voor bedanken. Ik heb al lezend een Goede Week gehad. Mijn perspectief op de verrijzende gemeente is weer wat kleurrijker geworden, mogelijk maakt het me zelfs weer een beetje een betere oecumenische gesprekspartner. Ik heb ook wel even gemeen gedacht: "Er is nog hoop voor de calvinisten, als een belangrijk functionaris zo weet te pelgrimeren en te schrijven." Die gedachte heeft meer te maken met het struikewas waar ik de laatste tijd doorheen ploeg: deels een calvinistische wereld waar we dan zulke grapjes maken, deels een katholiek smaldeel waar zulke grapjes niet meer gemaakt worden omdat we zuchten onder een calvinistische tuchtmeester. 

    Al pelgrimerend door jouw boek kwam ik nog een zure calvinist tegen, een andere lezer. Hij miste de systematiek in je boek, het ging te veel over alles. Tja, calvinistische wetenschapper. Theologie in Nederland, visies gebeiteld tussen kanalen en dijken. Een taal die verder geen gelovige verstaat. Het leven ís niet systematisch, behalve voor de weinigen die alle gereedschap en relaties hebben om precies dat te organiseren wat hen voor ogen staat, ongeacht de prijs die mensen, dieren, planeet aarde betalen.
    Jouw boek geeft hoop, dat het werkelijk mogelijk is: dat kerken hun ideologische gelederen durven openen en het leven toelaten van alle kanten, en dan maar samen zoeken, en ongekende wegen gaan. Gaan waar (nog) geen weg is, als werkelijke gelovigen de toekomst aan God laten, en aan Gods Volk onderweg.
    Jouw boek, hoewel ik er de Nederlandse moeraslanden in ruik, geeft mij de hoop dat de kerken uit het noorden hun dominante dogmatiek kunnen laten openbreken en zich heilzaam laten onderbreken door de kerken uit het zuiden en hún ervaringen langs Gods wegen.

    Alleen hoofdstuk 6 maak ik niet helemaal met je mee. Religie en public relations zet je te snel aan dezelfde kant van een belang. Over dat hoofdstuk zou ik nog wel eens willen bakkeleien met je. Maar dat red ik niet in een brief. Als journaliste kan ik je volgen, als kerkpolitica en vooral als pastor niet zomaar. Het voorbeeld van de kwestie van het seksueel misbruik zou een casus kunnen zijn om te starten. Ik begrijp, dat jij als persmens vindt, dat de bisschoppen meteen hadden moeten reageren. Ik ben van mening, dat het zwijgen en zich in het publiek terughoudend opstellen op dat moment de enige mogelijkheid was die hen bleef. De pers die met de misbruikzaak kwam, had al lange tijd dossiers verzameld. Ze kwamen ermee, toen ze de bisschoppen publiekelijk wilden pakken na een affaire rond homoseksuelen. De pers handelde niet uit pastorale zorg. De pers misbruikte feitelijk de slachtoffers van misbruik om een andere strijd te voeren. De publieke sfeer is dan al vergiftigd, elk woord, welk ook, wordt dan gemakkelijk tot nieuw misbruik van die slachtoffers. Bovendien, een lange serie zware beschuldigingen, maar nog niet onderzocht. Mag je zomaar eigen mensen afvallen? En is dan niet juist een teken van pastorale zorg, dat je allereerst een weg zoekt hoe nu alsnog recht te doen aan de slachtoffers, en dat je niet allereerst bezorgd bent voor je eigen beeldvorming in de ether? 
    Klaas, ik ken te veel ins en outs rond seksueel misbruik, en ik ben van mening dat de krant die op deze wijze een affaire lanceerde tegen de rk kerk, slachtoffers van misbruik nogmaals heeft misbruikt. En dan weet ik ook goed, dat sommige van die slachtoffers blij waren met deze affaire. Of ze pastoraal het best gediend waren door die affaire betwijfel ik.
    Wat bovendien in deze persaffaire bijzonder oneigenlijk was: afschuwelijk voor alle misbruikte kinderen, maar zelfs in 1987 kwamen therapeuten nog met de bewering, dat bij behandeling van incestslachtoffers ook de eigen schuld van het meisje ter sprake moest komen. Rond 1980 meende de grote meerderheid van hulpverleners nog, dat kinderen zelf aanleiding gaven. Het is maar héél recent dat er maatschappelijk erkenning is voor de slachtofferpositie; dat het om levenslange beschadiging kan gaan, is nog aan het doordringen. Dus het 'wegkijken' had deels ook te maken met algemene onkunde op dat gebied. Voor die overweging werd géén ruimte gegeven. Tegenstanders van het celibaat gebruikten de affaire om hún gelijk te halen. Ik heb veel argumenten tegen het celibaat, maar een man die een vrouw nodig heeft vergrijpt zich niet aan kinderen. Ook hier: de affaire gebruiken voor eigen punten: feitelijk weer misbruiken van die slachtoffers. In zoveel publieke verwarring was zwijgen de enige mogelijkheid. 
    Ik mag hopen dat kerken om geheel andere redenen brede lagen van de bevolking proberen aan te spreken dan de media vaak doen. Zeker voor dit hoofdstuk geldt, dat contekstualiteit een deel van de boodschap is. We hebben een lange wandeling nodig om dat te verhelderen, want je zorg achter dit hoofdstuk denk ik wel te begrijpen.
    Over contextualiteit. Je boek werd besproken aan de Zuid-As. Ik zou het willen lezen met enkele vluchtelingen die ik ken. En het dan nog eens bespreken. Ik zou willen weten of zij aan dezelfde passages in je boek gelovige hoop ontlenen als ik. Want, al ging mijn leven voornamelijk door struikgewas, ik had wel altijd een paspoort. En dan zien zelfs brandnetels er hoopgevend uit.

    Ik blijf verdomde graag je tochtgenoot in de oecumene, zelfs in Nederland. En ik verheug me al op 25 april, over "mining" en Gods Verdwenen Gelaat. Weer een tocht door struikgewas hoop ik.

    Yosé Höhne- Sparborth
    2of3bijEEN/Basisbeweging Nederland